Creatief schrijven les 4: je concept schrijven

Creatief schrijven les 4: het concept schrijven

Creatief schrijven les 4: je concept schrijven

Het is tijd voor het echte schrijfwerk! In creatief schrijven les 4 gaan we aan de slag met ons concept. Ik leer je hoe je een kladversie schrijft, waar je op moet letten en hoe je ervoor kunt zorgen dat je blijft schrijven. Plus: ik geef je de oplossing van de creatieve puzzels uit les 3.

De inhoud van dit artikel

  1. De oplossing van de creatieve puzzels uit les 3
  2. Het echte schrijfwerk gaat beginnen
  3. Het concept, jouw kladversie
    1. Verdeel de alinea’s
    2. Extra tip voor online teksten
  4. Blijf schrijven
    1. Geen onderbrekingen!
    2. De kritische stem negeren
    3. Moeite met beginnen
    4. Overdaad aan ideeën
  5. Kladversie nummer 2
    1. Stap 1: grammatica-, spel- en typefouten
    2. Stap 2: opbouw, stijl en tone-of-voice
    3. Stap 3: woordkeuze
    4. Het doel van kladversie 2
  6. De derde kladversie
  7. Kun je niet wachten?

De oplossing van de creatieve puzzels uit les 3

In les 3 over creatief schrijven besprak ik twee oefeningen. Ik beloofde jullie de oplossingen in dit artikel, dus bij deze.

De eerste opdracht hoorde bij deze afbeelding:

Wat zie jij in deze afbeelding?
Wat zie je?

De vraag was wat jij in deze afbeelding ziet. Het moet een koe voorstellen, maar je kunt je fantasie de vrije loop laten: een landkaart, wat inktvlekken bij elkaar, een schaap, een maanlandschap…

Bij de tweede opdracht hoorde de rij letters A E I F U. De vraag was: welke letter hoort er niet bij? En waarom dan niet?

Welke van de letters A E I F U hoort niet in het rijtje thuis?
De letters A E I F U – weke hoort er niet bij en waarom?

Nu zul je waarschijnlijk F gezegd hebben, want dit is de enige medeklinker in het rijtje. Maar er zijn veel meer mogelijkheden! Voor elke letter is namelijk wel wat te zeggen:

  • A: heeft een omsloten ruimte; is de enige eerste letter van het alfabet; je moet je mond helemaal opendoen om hem goed uit te spreken; heeft twee beentjes op de grond; als je hem op zijn kop zet, valt hij om.
  • E: heeft drie horizontale strepen; op zijn kant is hij een M of een W; je kunt er iemand mee roepen; is open aan de rechterkant; is de helft van het cijfer 8.
  • I/i: is de enige met een puntje; staat te vroeg in het rijtje als je alfabetisch kijkt; is de smalste letter; de enige letter in het midden; in het Engels is I een woord; staat niet in het woord UEFA.
  • F: de meest onregelmatige letter qua vorm; is heel onstabiel; de enige die verwijst naar ‘the F-word’; staat te ver in het rijtje volgens alfabetische volgorde; je moet er een klinker voor zetten om hem goed uit te spreken; je kan er een kaarsje mee uitblazen.
  • U: de enige ronde vorm; is een heel beleefde letter; als het regent, loopt hij vol water; staat niet in het woord alternatief; in de tweede helft van het alfabet.

Je ziet dus dat creatief waarnemen een kunst is. Je leert het vooral door te doen. Blijf je verwonderen over wat je ziet, ruikt, proeft, voelt en hoort. Beschrijf het vervolgens objectief: hoe ziet zo’n letter eruit? En waar kun je hem voor gebruiken? Op die manier zul je steeds beter worden in creatief observeren.

Deze opdrachten leende ik uit het boek van Igor Byttebier, Creativiteit. Hoe? Zo! Een fabuleus boek waar ik nog altijd veel aan heb wanneer ik creatieve oplossingen moet verzinnen. Zelf lezen? Je koopt het bij Bol.com.

Het echte schrijfwerk gaat beginnen

Eindelijk, het schrijven kan beginnen! (Foto door Negative Space via Pexels.)

Nu we in de vorige lessen alle voorbereiding hebben gehad is het tijd voor het echte schrijfwerk. Nu ga je woorden vinden voor je concept, je kladversie.

Wanneer je net begint met schrijven heb je meer kladversies nodig. Schrik niet als je er minstens drie nodig hebt. Word je beter in schrijven, dan heb je ook minder concepten nodig. Laat je perfectionisme los, want dat kun je als schrijver helemaal niet gebruiken.

Voor de onderstaande stappen riep ik de hulp in van het fijne handboek Verleid je lezer online door Ellis Buis en Joyce Hardholt.

Het concept, jouw kladversie

De tekst die je nu gaat schrijven heet dus een kladversie. Je hoeft niet na te denken over de juiste spelling, of je lezer het wel begrijpt, of zinnen grammaticaal wel kloppen en of de opmaak adequaat is.

In les 2 maakte je al een raamwerk voor je tekst. Dat komt nu goed van pas. (Foto door Natalie B via Pexels.)

Nee, je gaat in deze fase gewoon schrijven. Het raamwerk dat je eerder in les 2 al hebt gemaakt, vormt de fundering van je alinea’s.

Verdeel de alinea’s

Kies de onderwerpen waar je over wilt schrijven en verdeel ze over alinea’s. Ik kan je aanraden één onderwerp of thema per alinea te bespreken. Zorg ervoor dat de kop de lading dekt. Maak je geen zorgen als je nu nog geen goede kop weet. Schrijf er gewoon enkele trefwoorden boven. Die goede inval komt vaak later wel.

Extra tips voor online teksten

Bij een online tekst is de verdeling in alinea’s een must. Kies eerder voor korte blokken tekst met heldere koppen. Hierdoor kan je lezer de tekst veel sneller scannen. Let er ook op dat de koppen geoptimaliseerd zijn voor zoekmachines en verwerk er SEO-zoektermen in voor betere vindbaarheid.

Blijf schrijven

Nu je met de conceptversie van je tekst bezig bent, is het belangrijk dat je aan één stuk door schrijft.

Zorg ervoor dat je blijft doorschrijven.
Laat die vingers maar over het toetsenbord vliegen!

Geen onderbrekingen!

Doe de deur van je kantoor dicht, zet een koptelefoon op, je e-mailnotificaties en telefoon uit. Nu even geen onderbrekingen. Je hebt de creatieve flow nodig om je verhaal op te kunnen schrijven. En onderbrekingen kun je daar absoluut niet bij gebruiken.

De kritische stem negeren

Vaak horen we tijdens het schrijven een stemmetje in ons hoofd: ‘nee, joh, zo schrijf je Przewalskipaarden helemaal niet’. Negeer deze stem. Als je alles wat hij roept direct wil opvolgen, dan zit je over drie jaar nog op die tekst te broeden.

Moeite met beginnen

Weet je niet hoe je moet beginnen? Sla de eerste zin dan even over. Vaak komt die op een later moment wel. Dat geldt ook voor bepaalde onderwerpen. Misschien wil je iets vertellen waar je nu even niets van weet. Laat het dan even liggen. Op een later moment pak je je onderzoek er opnieuw bij om de feiten te controleren.

Overdaad aan ideeën

Ben je – net als ik – erg vatbaar voor nieuwe ideeën? En heb je daar niet altijd direct een plekje voor? Schrijf je gedachtespinsels dan bijvoorbeeld onderaan de pagina of in een kadertje.

In een latere fase komen ze wel op hun plek terecht. En als je ze niet gebruikt in deze tekst vormen ze wellicht een verrassende ingang voor een volgende tekst. Creativiteit stroomt op onvoorspelbare momenten, dat houd je niet tegen.

Kladversie nummer 2

De laatste punt is gezet, je drukt op opslaan en bekijkt trots deze eerste kladversie. Goed gedaan. Geef jezelf maar een schouderklopje. Nu komt de uitdaging: afstand nemen. Leg je tekst even weg en denk er een paar uur of een paar dagen niet meer aan.

Je eerste kladversie is klaar! Nu is het tijd om te redigeren. (Foto door Rawpixel via Pexels.)

Wanneer je er weer voor gaat zitten, ga je analytisch naar je tekst kijken. Hiervoor moet je hem echt een paar keer lezen. Bij elke keer dat je herleest, pak je een ander onderdeel aan om te redigeren. Ik noem ze hieronder. De volgorde staat niet vast, maar dit is de volgorde die ik zelf fijn vind.

Stap 1: grammatica-, spel- en typefouten

Bij de eerste keer doorlezen ga ik op jacht naar grammatica-, spel- en typefouten. Dat vind ik een fijne eerste stap. Ik heb namelijk moeite de lijn van een verhaal te volgen als er allemaal fouten in staan. Misschien heb jij daar minder moeite mee, dan begin je gewoon bij een andere stap.

Wanneer je dit soort fouten uit je tekst haalt, is het handig om een online woordenboek paraat te hebben. Ik gebruik graag de website van Van Dale. Ook kan ik je aanraden om regelmatig het taaladvies op de website van Onze Taal en Taaladvies.net van de TaalUnie te raadplegen. Als je daar de antwoorden op je taalvragen niet vindt, dan vind je ze nergens.

Stap 2: opbouw, stijl en tone-of-voice

Tijdens de tweede stap van redigeren kijk ik kritisch naar de opbouw van mijn tekst. Daarbij beantwoord ik onderstaande vragen voor mezelf:

  • zijn de alinea’s goed ingedeeld?
  • staan de alinea’s op de juiste plek?
  • behandel ik één onderwerp of thema per alinea?
  • gebruik ik een duidelijke stijl?
  • wijk ik nergens af van mijn stijl?
  • begin ik mijn verhaal met een inleiding?
  • maak ik mijn lezer nieuwsgierig in de inleiding?
  • klopt de lijn van het verhaal met de belofte uit de inleiding?
  • loopt het verhaal goed door?
  • blijf ik trouw aan de gekozen tone-of-voice?
  • kan ik bepaalde zinnen, zegswijzen of woorden beter vervangen door anderen vanwege de tone-of-voice?
  • snapt de doelgroep mijn woorden en zegswijzen?
  • heeft mijn verhaal een duidelijk eindpunt?

In deze fase ben je dus vooral aan het schakelen tussen de grote lijn en de details van je verhaal. Als het goed is, weet je aan het einde van deze fase of je een lopend verhaal hebt geschreven.

Lees kritisch na wat je geschreven hebt. (Foto door Negative Space via Pexels.)

Ook kan ik je aanraden om vaak met signaalwoorden te werken, zoals en, ook, vervolgens, tijdens, echter, bijvoorbeeld. Op deze website heb ik een fijn overzicht gevonden van signaalwoorden. Gebruik ze, want ze maken je verhaal tot één geheel.

Tot slot een laatste tip: schrijf af en toe een samenvatting van een alinea of hoofdstukje. Hierin kun je de lezer even mee terug nemen in je gedachtes en alvast een vooruitblik geven naar wat er nog komt.

Stap 3: woordkeuze

Vaak kijk ik bij een derde ronde naar mijn woordkeuze. Dit heb ik in de vorige stap ook al gedaan, maar nu ga ik ook strikt kijken naar bepaalde voorkeuren in mijn zinnen. Gebruik ik heel vaak het woord ‘uitdagend’? Dan zoek ik daar een synoniem voor.

Ook zorg ik dat mijn zinnen afwisselend zijn en qua vorm niet te veel op elkaar lijken. Drie zinnen achter elkaar die beginnen met ‘dit’ veroorzaken toch vaak een vermoeid gevoel bij je lezer.

Synoniemen zijn in dit geval je reddende engelen. Over de do’s en dont’s van synoniemen schreef ik eerder dit artikel. Struin je associaties dus zeker af voor andere woorden dan de clichés en gebruik synoniemen.net.

Het doel van kladversie 2

Het doel van de stappen in deze fase is de tekst in de uiteindelijke vorm kneden. Als je meer ervaring krijgt, hoef je bovenstaande stappen vaak al niet meer apart te doorlopen. Je kunt dan bepaalde stappen samen nemen en zo een stuk sneller werken.

De derde kladversie

Soms ben je na het kneden van een tekst zo ontevreden met het resultaat dat opnieuw beginnen de beste oplossing lijkt. Uit ervaring weet ik dat je dit inderdaad gewoon moet doen.

Soms is het beter je kladversie weg te gooien en opnieuw te beginnen.
(Foto door Steve Johnson via Pexels.)

Blijf niet te lang sleutelen aan iets wat toch niet zo stevig staat. Open liever een nieuw document en begin gewoon weer vanaf nul. Vaak zul je merken dat deze nieuwe versie steviger staat dan de oude.

Kun je niet wachten?

Voel je je ook zo geïnspireerd om direct te gaan schrijven? Ik wel! Ga dus lekker aan de slag en onthoud: negeer die innerlijke kritische stem en laat je creativiteit de woorden vormen.

In een latere fase ga je nog meer aan je tekst schaven. Hoe je dat doet leer je in les 5 van creatief schrijven, die begin maart online staat. Daarin ga ik je onder andere meer vertellen over actief schrijven.

De vorige lessen over creatief schrijven

Dit artikel hoort bij een serie over creatief schrijven. Elke maand publiceer ik een nieuwe les vol tips en tricks. De vorige lessen vind je hier:

Creatief schrijven les 1: begin met onderzoek

Creatief schrijven les 2: structureren en selecteren

Creatief schrijven les 3: originele invalshoeken

Laura Schoenmakers is copywriter en tekstschrijver bij Content & Stories, haar eigen onderneming. Ze deelt op dit blog wekelijks tips over SEO teksten, schrijven, taal en creativiteit. Daarnaast schrijft ze teksten en copy voor klanten over de meest uiteenlopende onderwerpen.